Blusmiddelen

REGELGEVING BRANDBLUSSERS

ROSR Artikel 10.03 - Draagbare blustoestellen


1. Op de volgende plaatsen moet telkens één draagbaar blustoestel overeenkomstig de Europese norm EN 3:1996 aanwezig zijn:
a. in het stuurhuis;
b. in de nabijheid van iedere toegang van het dek naar de verblijven;
c. in de nabijheid van iedere toegang tot niet van de verblijven uit toegankelijke bedrijfsruimten waarin zich verwarmings-, kook-, of koelinstallaties bevinden, die op vaste of vloeibare brandstoffen werken dan wel op vloeibaar gas;
d. bij iedere toegang tot machinekamers of ketelruimen;
e. op een geschikte plaats benedendeks in de machinekamers, wanneer het motorvermogen in totaal meer dan 100 kW bedraagt.

2. Als draagbare blustoestellen, voorgeschreven in het eerste lid, mogen slechts poederblussers worden gebruikt met een inhoud van ten minste 6 kg dan wel andere draagbare blustoestellen met eenzelfde bluscapaciteit. Zij moeten geschikt zijn voor de brandklassen A, B en C alsmede voor het blussen van branden in elektrische installaties tot 1000 V.
Op Nederlandse vaartuigen zijn afwijkend daarvan, op schepen waarop geen vloeibaargasinstallaties zijn geïnstalleerd, sproeischuimbrandblussers met tot – 20 °C vorstvrije blusmiddelen bestaande uit water met AFFF-AR-schuim (Aqua Film Forming Foam) toegestaan, ook wanneer deze niet voor de brandklasse C geschikt zijn. De minimuminhoud van deze brandblussers moet 9 liter bedragen. Alle brandblussers op Nederlandse Vaartuigen moeten voor het blussen van branden in elektrische installaties tot 1000 V geschikt zijn.

3. Daarnaast mogen poederblussers, blussers met vloeibare inhoud of schuimblussers worden gebruikt indien deze ten minste geschikt zijn voor die brandklasse, welke in de ruimte waarvoor het toestel bestemd is het meest waarschijnlijk relevant is.

4. Draagbare blustoestellen die als blusmiddel CO 2 bevatten mogen slechts voor het blussen van branden in keukens en elektrische inrichtingen worden aangewend. De inhoud van deze blustoestellen mag niet meer bedragen dan 1 kg voor iedere 15 m 3 van de ruimte waarin zij worden bewaard en gebruikt.

5. Draagbare blustoestellen moeten ten minste iedere twee jaar worden gekeurd. Hiervan moet een verklaring worden afgegeven, ondertekend door degene die de keuring heeft verricht, en waarin de datum van de keuring is aangegeven.

6. Wanneer draagbare blustoestellen door hun wijze van opstelling aan het gezicht zijn onttrokken moet de bedekking of afscherming zijn voorzien van een teken "brandblusapparaat" met een lengte van de zijde van ten minste 10 cm, overeenkomstig schets 3 van bijlage I .


Nieuwe regelgeving voor alle brandblussers per 1 januari 2001: NEN 2559


Elk jaar: normale keuring (voor de scheepvaart elke 2 jaar)
Na 5 jaar: uitgebreid onderzoek, volledige demontage
Na 10 jaar: algehele revisie
Na 15 jaar: uitgebreid onderzoek, volledige demontage
Na 20 jaar: afgekeurd

Lees meer...

 
Blusdeken
Brandblussers
Brandblussers, toebehoren
Brandblusserkast zwaar model
 
-- geen items om te tonen in deze groep --